Artikel 4 buitenrijden

Regels Buitenritten

  1. Het is aan de instructeur om te beoordelen of een ruiter voldoende ervaring en vaardigheid heeft om deel te nemen aan een buitenrit in groepsverband, zowel op de openbare weg als in natuurgebieden.
  2. Buitenritten in groepsverband dienen begeleid te worden door een ruiter met voldoende kennis en ervaring om leiding te geven aan een groep. Deze begeleider dient daarnaast in het bezit te zijn van een instructeursdiploma of een geldig ruiterbewijs.
  3. De begeleider dient goed bekend te zijn met de route die gereden wordt.
  4. Voor vertrek instrueert de begeleider de groep over de commando’s die onderweg gebruikt worden en over de algemene gedragsregels bij bijvoorbeeld een val van een ruiter, een op hol geslagen paard of andere noodsituaties.
  5. De begeleider beschikt tijdens de rit over een mobiele telefoon met daarin het alarmnummer en de contactgegevens van de manege en dierenarts.
  6. Tijdens de buitenrit heeft de begeleider een reserve beugelriem en een scherp zakmes bij zich.
  7. Ruiters die individueel met een lespaard naar buiten gaan, dienen in het bezit te zijn van een geldig ruiterbewijs. Ruiters met een eigen paard worden gestimuleerd om eveneens een ruiterbewijs te behalen.
  8. De algemene huisregels en rijbaanregels zijn, voor zover van toepassing, ook geldig tijdens buitenritten.
  9. Bij het rijden in het donker of tijdens schemering is het verplicht om wettelijk voorgeschreven verlichting te voeren. De ruiter dient wit of geel licht naar voren en rood licht naar achteren te voeren.

Hier vind u alle informatie over manege Noot in Callantsoog.